Jules Faber.
Jules Faber.

Rotzooi

Algemeen 43 keer gelezen

Blijkbaar is de opruimwoede bij mijn tante toegeslagen.
Want ik kreeg het verzoek van haar, of ik enige spullen uit haar garage wilde wegbrengen naar de Milieustraat.
Om bij de spullen te komen die achterin een hoek van de garage stonden, moest ik allerlei obstakels omzeilen en zelfs over objecten heen stappen.
Om ze over te halen om nog wat meer spullen weg te doen, zei ik tegen haar, ‘misschien kun je nog meer rotzooi weg doen, want je kunt amper door de garage heen lopen’.
‘Jongen, dat moet allemaal zo blijven staan hoor’.
‘En mijn schuur is geen rotzooi, het is een parkoers van obstakels gecreëerd om mijn lijf fit te houden’, zei ze met een glimlach.
Ondertussen duwde ze mij een stapel boeken in mijn handen.
Nieuwsgierig keek ik naar de titels van de boeken.
“Gids voor vrouwen die hun man willen veranderen”.
“Op consult bij een echtscheidingsadvocaat”.
“Slimme vrouwen, slimme keuzes” om maar enige titels te noemen.
Deze boeken verraden wat er de laatste jaren, voordat haar man overleed, allemaal afspeelde in hun relatie.
Mijn aandacht werd getrokken naar een hoek van de garage waar rubberen laarzen stonden, visspullen en een aantal vishengels van verschillende lengtes.
Terwijl haar man inmiddels toch alweer 6 jaar geleden is overleden.
Mijn tante zag dat ik naar de vispullen stond te kijken.
‘Die zijn van Hans geweest’, zei ze ‘ik weet niet wat ik daar mee aan moet’.
‘Vooral de laatste jaren waren heel moeilijk om met hem te leven’.
‘Ik heb wel eens tegen hem gezegd op het moment dat het mij emotioneel te veel werd’. ‘Misschien ga ik wel eerder dood dan jij, dan hoef ik die rotzooi van jou niet op te ruimen’.
In eerste instantie keek hij boos naar mij, maar kort daarna klaarde zijn gezicht op en hij antwoordde,’ Ach, je moet het van de positieve kant bekijken’.
‘Als ik eerder dood ga dan jij, kun je voor al mijn visspullen een advertentie in de krant of op internet plaatsen’.
‘Daar komen vast veel mannen op af die van vissen houden, misschien zit er wel een aardige man bij’, zei hij, terwijl hij mij aankeek.
Op dat moment staarde ik naar al zijn visspullen en zei tegen hem, ‘nou, ik denk niet dat het mijn types zijn’.
‘Ondanks alles wat er gebeurd is kon ik het na zijn dood toch niet over mijn hart verkrijgen, om zijn visspullen weg te doen’, zei ze.
Enigszins overdonderd door haar verhaal, laadde ik snel de spullen in mijn auto, nam afscheid van mijn tante en ging op weg naar de Milieustraat.

- Jules Faber.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant