
Minister Aartsen bezoekt Toppy: ‘Meierijstad is een voorbeeld van hoe het ook kan’
Algemeen 683 keer gelezenVEGHEL | Het kabinet wil de komende vier jaar 75.000 extra statushouders en asielzoekers die in Nederland mogen blijven aan het werk helpen. In Meierijstad ligt de arbeidsparticipatie onder deze groep met 75 tot 80 procent al hoog. Daarom bracht minister Thierry Aartsen afgelopen woensdag een bezoek aan Toppy in Veghel, waar asielzoekers als werknemers een plek krijgen binnen de organisatie.
Het kabinet vindt dat te veel nieuwkomers die in Nederland verblijven niet werken en wil een doorbraak forceren. Daarom wil Aartsen werk centraal stellen in de inburgering en afspraken maken met werkgeversorganisaties om duizenden extra mensen aan de slag te krijgen. “Betaald werk moet de standaard worden. Werk geeft voldoening en eigenwaarde”, vertelt de minister van Werk en Participatie. “Nieuwkomers hebben talenten. Zij kunnen én willen werken. Het is een gemiste kans dat zoveel mensen geen baan hebben. Wie werkt, draagt bij en doet mee aan onze samenleving.”
Kleinschalige opvang in eigen beheer
Volgens de minister geeft Meierijstad het goede voorbeeld. Om dat met eigen ogen te zien, bracht hij woensdag een bezoek aan Toppy in Veghel. Daar werd hij door onder anderen burgemeester Kees van Rooij en wethouder Luc van den Tillaart bijgepraat over de aanpak in Meierijstad, waarbij asielzoekers vanaf dag één actief kunnen meedoen in de samenleving.
![]()
Elias (in het geel) is monteur zwembadrobots en warmtepompen.
De gemeente heeft bewust gekozen voor kleinschalige opvang in eigen beheer, waarbij persoonlijk contact en begeleiding centraal staan om integratie te bevorderen. Toppy speelt daarin een belangrijke rol door asielzoekers werk te bieden en hen kansen te geven onderdeel te worden van de lokale gemeenschap. Eigenaar Jeroen van Uden vertelt dat er inmiddels veertig nieuwkomers bij het Veghelse bedrijf werken. “Ze komen allemaal uit Schijndel en vormen samen de helft van ons logistieke team. We hebben ze keihard nodig”, legt Van Uden uit.
Anton uit Syrië
Minister Aartsen werd woensdag rondgeleid door Jeroen van Uden en HR-manager Daan Kraaijkamp. Tijdens zijn bezoek ging de minister in gesprek met verschillende statushouders die bij het bedrijf werken. Zo sprak hij met monteur Elias en teamleider Anwar. Ook had hij een onderonsje met Anton uit Syrië.
Anton bevindt zich in een moeilijke situatie, omdat hij zijn kinderen al twee jaar mist. Toch is hij ontzettend blij dat hij in Nederland is. “Hartelijk bedankt dat ik in Nederland mag zijn”, zegt Anton terwijl hij de minister een ferme handdruk geeft.
Complimenten
Tijdens het werkbezoek kwamen verschillende onderwerpen ter sprake. Zo kreeg burgemeester Van Rooij complimenten van Aartsen voor het feit dat 75 tot 80 procent van de arbeidsgerechtigde asielzoekers in Meierijstad aan het werk is. Iets waar de gemeente trots op is. “Terecht”, vindt Aartsen. “Het is helaas niet de standaard. We hebben in ons inburgeringsstelsel heel veel belemmeringen opgeworpen, waardoor het overgrote deel van de mensen die hier mogen blijven jaren later nog altijd niet aan het werk is. Hier is dat beeld totaal anders. Meierijstad is een voorbeeld van hoe het ook kan. Daarom ben ik vandaag in Veghel. Het is niet dat ik toevallig voorbij kwam rijden”, lacht de minister.
Kleinschalige opvang
In Meierijstad krijgen asielzoekers vanaf dag één de kans om mee te doen aan de samenleving. Zo zijn er taallessen op locatie, gaan kinderen naar school, worden vrijwilligerscontracten ingezet voor mensen die nog niet mogen werken en is er actieve begeleiding naar werk. Ook worden vanuit de kleinschalige opvang sociale activiteiten georganiseerd.
![]()
Minister Aartsen heeft een onderonsje met Anton uit Syrië.
Aartsen legt uit waarom dit volgens hem zo belangrijk is: “Mensen komen vaak uit landen waar geen sociale zekerheid is en waar ze moeten werken om hun gezin te onderhouden. In Nederland zeggen we als eerste: ‘Doe voorlopig maar helemaal niks’. Wij maken mensen inactief”, vindt hij. “Daarom is het ontzettend belangrijk om vanaf dag één tegen mensen te zeggen: ‘Doe mee’. Leer de Nederlandse taal, volg een opleiding of ga aan het werk, betaald of vrijwillig.”
Voortrekkersrol
Burgemeester Kees van Rooij is tevreden met de voortrekkersrol die Meierijstad vervult. “We blijven als missionarissen op pad”, glimlacht hij. Van Rooij legt uit hoe de minister het voor Meierijstad verder kan vereenvoudigen. “Als mensen hier worden geplaatst, verplaats ze dan na verloop van tijd niet. Wij investeren in deze mensen, net als onze werkgevers. Koppel ze aan deze gemeente en houd dat zo.”
Knelpunten
Ook in Meierijstad zijn er nog knelpunten, zoals de complexe regeling rond de eigen bijdrage van asielzoekers en het ontbreken van mogelijkheden om een rijbewijs te halen. “We zijn bezig om alle belemmeringen in kaart te brengen. Vervolgens kijken we wat er veranderd moet worden”, vertelt Aartsen.
Hoewel Meierijstad een voorbeeldfunctie heeft binnen Nederland, kan Aartsen geen uitzonderingen maken. “Dit moet vanuit Den Haag worden geregeld. We willen het hele systeem voor alle gemeenten eenvoudiger en sneller maken, misschien wel met Meierijstad als pilotgemeente”, besluit de minister.























