
Knalfeestjes
Column Column Hans van der WijstStond maandagmiddag bij een Veghelse basisschool toen er een flinke knal klonk. Even later nog enkele. Duidelijk hoorbaar niet op dezelfde plek. Zich verplaatsend. Knallende uitlaat? Mwoah. Ik gokte op vuurwerk. Huh? Eind oktober?
Steeds vroeger ten opzichte van Nieuwjaar, zelfs al ruim vóór de Sint in Veghel arriveert, begeven roedeltjes jeugd zich knallend door Meierijstad. Was in mijn tijd de Japanse kanonslag koning onder de knallers, momenteel knal je niet meer mee zonder Cobra’s. Dertien centimeter lang, zeg maar maat puberpiemeltje, gevuld met zo‘n 30 gram flitspoeder. Testosteronbommetjes spelend met échte bommetjes. De ‘grote jongens’ lachen er echter al jaren om. Cobra’s? Mietenspul! Shells (mortierbommen) en Flash bangers (zeer zwaar knalvuurwerk), dá’s hun norm. Bron van veel knaldrang? Testosteron dus. Het mannelijke geslachtshormoon. Knalmannen die vervolgens een zoontje krijgen, willen hún ‘knalcultuur’ dan graag doorgeven. Via vriendjes ontdekken ze natuurlijk ook andere knaldingen, maar ik blijf even bij vaders en zonen. Moeders laten zich trouwens bij al die verspilling nog opvallend vaak buitenspel zetten.
Maar…op steeds jongere leeftijd krijgen kinderen met steeds complexer vuurwerk te maken. Niet zelden door ouders (lees vooral vaders) gefaciliteerd omdat ‘nee’ zeggen moeilijker is. Gefaciliteerd? Jazeker. Vaak wel. Ik werd onlangs door een paginagroot krantenartikel bijna van mijn stoel geblazen. Over papa’s die met hun zoontjes (soms nog in de basisschoolleeftijd) al maanden voor Nieuwjaar richting België tuffen om daar de kofferbak vol te stouwen met allerlei vuurwerk. Redenen? Ik citeer: Vader: ’Ik ben al jarenlang besmet met het virus’…‘Mijn zoon houdt van knallen’…’Ze hebben hier goeie acties’…’Het mooie is dat alles nog verkrijgbaar is als je het in oktober al koopt’…
Maar kleine jongetjes worden groot. Niet allemaal piesen ze de rest van hun leven netjes in potjes. Hun kennis van allerlei explosief materiaal is, mede door deze ‘neven-opvoeding’ én internet, aardig op peil. Sommigen leggen voorraadjes aan. Kunnen hierdoor het hele jaar door knallen. Zien ook andere mogelijkheden. Intimiderende bijvoorbeeld. In Sint-Oedenrode sneuvelde een voordeur. Een Eindhovens rijtjeshuis verloor gevels door een anti-tankgranaat. Den Bosch geniet inmiddels dagelijks van knalfeestjes. Politie wordt wekelijks bestookt met zwaar vuurwerk. Er zijn nauwelijks knaldrempels meer omdat we ze niet durven(?) opwerpen. Zo’n krantenartikel helpt daar overigens ook niet bij.
Ik denk echter dat vooral mama’s zich maar eens serieus moeten gaan bemoeien met dat voorpretgeknal, alle (on)kosten en mogelijke naweeën/overlast van die knalfeestjes…















