
Maarten blikt terug op zijn bijzondere tijd als Chinook-piloot: ‘Oorlog voeren is kansloos en lost niets op’
Algemeen 100 keer gelezenVEGHEL | Missie Chinook is het waargebeurde verhaal van Maarten Vissers (50), piloot op een Chinookhelikopter bij de Koninklijke Luchtmacht. Tijdens acht missies vervoerde hij materieel en manschappen door gevaarlijke oorlogsgebieden, waaronder Bosnië, Irak en Afghanistan.
Zelf heeft Maarten nooit in Veghel gewoond, maar toch heeft hij een warme band met het dorp. In zijn jeugd kwam hij vaak bij zijn opa en oma, die een grote boerderij aan De Stad bewoonden. “Deze boerderij speelde een grote rol in mijn jeugd. Het was de kern van de familie Vissers. Ik kwam er heel graag.” Nog altijd woont er veel familie van de oud-militair in Veghel, onder wie zijn trotse oom Tiny en tante Anny.
Maartens vader Toon streek na een lange carrière bij de Verenigde Naties neer in Weert. Zijn werk bracht het gezin op allerlei plekken in de wereld. Ook Toon is nog regelmatig in Veghel te vinden. Zo gingen vader en zoon vorige week samen op bezoek bij Anny in De Watersteeg.
Affiniteit met helikoptervliegers
Maarten, die tegenwoordig in de buurt van Alkmaar woont, was jarenlang piloot op de Chinook, de grootste helikopter van de Koninklijke Luchtmacht. Deze zware militaire transporthelikopter is vooral bekend om zijn karakteristieke dubbele rotoren. Toen Maarten zich aanmeldde bij Defensie, wilde hij eigenlijk F-16-piloot worden. Dat liep echter anders. “Na mijn militaire kaderopleiding kreeg ik de keuze: F-16 of helikopter. Ik had verreweg de meeste affiniteit met de andere helikoptervliegers. Daarom heb ik daarvoor gekozen. Vervolgens word je puur willekeurig ingedeeld in een groep. De een gaat Apache doen, de ander Cougar en ik werd geplaatst bij de Chinook.”
Het bleek een goede match, al ging Maartens voorkeur uit naar de Apache. “Als je jong bent, wil je schieten en vechten, maar in werkelijkheid is dat het ergste wat er is. Achteraf gezien ben ik heel blij dat ik Chinookvlieger ben geworden. Het is een helikopter waarmee je heel veel verschillende operaties uitvoert. Dat maakt het werk hartstikke interessant en uitdagend.”
Ook de samenwerking met andere militairen, zowel in de lucht als op de grond, heeft Maarten altijd als prettig ervaren. “Het individu is ondergeschikt aan de groep. Als vlieger ben je het speerpunt en word je op een voetstuk geplaatst, maar zo heb ik me nooit gedragen. De technische man op de grond of degene die brandstof bijvult, is net zo belangrijk. Als iemand in de keten een fout maakt, kan dat levensgevaarlijke situaties opleveren.”

Voor de buitenwereld zijn vooral de militairen aan het front en de Special Forces bekende gezichten. Volgens Maarten verdienen ook de militairen achter de schermen veel waardering. “Voor mij is iemand van de technische dienst die een nacht doorwerkt en vier weken lang kip kerrie heeft gegeten, om mijn kist gereed te maken voor de vlucht net zoveel militair. Een militair is iemand die ondanks alle ontberingen zijn taak uitvoert, zodat we met z’n allen het doel kunnen bereiken dat we voor ogen hebben.”
Kosovo, Albanië en Macedonië
In 1998 rondde Maarten zijn opleiding tot Chinookpiloot af. Nog geen jaar later stond zijn eerste missie op het programma. Aanvankelijk was het de bedoeling dat hij met de Chinook OVSE-waarnemers zou ophalen, maar dat liep anders. “Na het NAVO-bombardement lukte het de OVSE-waarnemers om Kosovo zelf te verlaten. Wel kwam er een grote vluchtelingenstroom vanuit Kosovo op gang, richting Albanië en Macedonië. Onze militaire missie veranderde plotseling in een humanitaire missie. We hebben onder meer voedsel en tenten naar vluchtelingenkampen gebracht. Toen het daar te druk werd, hebben we vluchtelingen naar andere locaties verplaatst. Ook voerden we medische evacuaties uit.”

Het zou de meest indrukwekkende missie uit Maartens militaire loopbaan worden. “Misschien heeft het meegespeeld dat het mijn eerste missie was, maar het kwam vooral doordat je echt mensen kon helpen”, vertelt hij. “Daarnaast hadden we geen internet of telefoonverbinding. Ik heb drie keer stiekem met de satelliettelefoon naar huis gebeld, dat was het. Het was allemaal heel basic, maar daardoor was de sfeer juist heel goed. De schapen liepen door onze tent en we waren dolgelukkig toen we een Dixi tot onze beschikking kregen”, lacht hij.
Waarom een boek?
In zijn onlangs verschenen boek geeft de 50-jarige Maarten Vissers een open en eerlijke inkijk in de cockpit tijdens kritieke militaire operaties. Missie Chinook gaat niet alleen over moed en doorzettingsvermogen, maar ook over samenwerking, verbinding en leiderschap.
Maarten legt uit waarom hij het boek heeft geschreven. “Je wil je invloedssfeer vergroten. Het zou jammer zijn als al die verhalen in de vergetelheid raken. Daarnaast is het een soort therapie. Ik heb het van me af kunnen schrijven. De Telegraaf heeft het boek deze maand uitgeroepen tot Boek van de Maand. Daar ben ik blij mee.”
Oorlog voeren is kansloos
Inmiddels heeft Maarten het leger verlaten en werkt hij als politieagent. Hij heeft mooie moment gekend in het leger, maar zijn visie op oorlogvoering is in de loop der jaren compleet veranderd. Na acht missies is de voormalig Chinookpiloot ervan overtuigd dat oorlog niets oplost. Vooral zijn uitzending naar Irak heeft daarin een grote rol gespeeld. Maarten was fel tegenstander van die missie. “Er zouden massavernietigingswapens zijn, maar daar was toen al enorme twijfel over. Ik geloofde daar destijds al niets van. Later bleek het onzin te zijn.” Eenmaal in Irak bekroop hem al snel het gevoel: ‘Wat zijn we hier aan het doen?’ De missie veranderde zijn kijk op oorlogvoering voorgoed. “Sindsdien denk ik weleens: als alle militairen weigeren om te vechten, heb je geen oorlog. Ik heb van dichtbij gezien hoe vreselijk het is. Laten we ophouden met die onzin”, betoogt hij. “Mijn ervaringen aan het front hebben mij doen inzien dat diplomatie altijd de voorkeur verdient boven een gewapend conflict.”

Maarten vindt dat de Nederlandse politiek boter op het hoofd heeft. “Dan zit ik naar de Dodenherdenking te kijken en wordt er gezegd: ‘Dit nooit meer.’ Maar de dag erna wordt er wel voor miljoenen euro’s aan wapens besteld en wordt er geroepen dat er oorlog moet worden gevoerd. Alsof we niet begrijpen waarom we herdenken. Het is krankzinnig.”
‘Je bent een lefgozer’
De stoere Maarten heeft zich meermaals uit levensbedreigende situaties moeten redden, maar complimenten van zijn familie neemt hij ietwat verlegen in ontvangst. Zijn vader Toon heeft het boek met veel plezier gelezen. “Ik was natuurlijk van het een en ander op de hoogte”, glimlacht hij. “Ik ben vooral heel trots op Maarten.”
Oom Tiny spreekt van een ‘fantastisch boek’. Hij heeft het inmiddels twee keer van a tot z gelezen. “Je bent een lefgozer eerste klas en je beschikt over een groot verantwoordelijkheidsgevoel”, aldus de Veghelaar.

Beneden wacht Anny. Ook zij is trots op haar neef en laat geen moment onbenut om dat te delen. Dankzij haar is het nieuws dat Maarten een boek heeft geschreven inmiddels ook doorgedrongen tot andere bewoners van De Watersteeg. “Mooi boek heb je geschreven, Maarten. Het leest makkelijk weg”, zegt een passerende man. Maarten kijkt verbaasd op. “Volgens mij heeft Anny wat reclame voor me gemaakt”, lacht hij, terwijl het drietal een rondje door het Veghelse woonzorgcentrum wandelt. “Zullen we nog even iets drinken”, vraagt Maarten. “Graag”, antwoordt Anny opgewekt. “Ik trakteer.”



















