
Het kaboutertje van Paula Pottgiesser
AlgemeenStiekem Goed Doen? Wat betekent het om in het geheim dingen te doen waarvan je je kunt afvragen of het de juiste keuze is? Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevonden verschillende inwoners van Meierijstad zich in een situatie waarin zij zich deze vraag stelden. Zo ook Paula Pottgiesser uit Veghel, die als geboren Duitse met argusogen bekeken werd, maar -naar later bleek- de spil vormde in een lokaal onderduikersnetwerk dat tientallen Joodse Nederlanders het leven redde. Als herinnering liet zij ons een bijzonder kaboutertje na, dat in Veghel met de viering van 80 jaar vrijheid centraal staat. In zeven afleveringen vertelt Stadskrant het verhaal achter het kaboutertje.
Door: Rolf Vonk.
Hulp aan het onderduikersnetwerk
De angst zit er na de gebeurtenissen met Fientje goed in en hoewel de dappere familie Van den Tillaart op Hoeve Corsica een nieuw joods meisje in huis neemt, Irma Haas, wordt het moeilijk voor Theo om nieuwe onderduikadressen te vinden. Niemand wil een jood in huis, bang voor de consequenties. Paula, Arnold en Theo bedenken daarop een stout plan. In enkele dagen tijd geven ze hun Joodse onderduikers op de zolder van de boekwinkel een cursus in het protestantisme. Ze laten hen vervolgens voor protestanten uit het westen van het land doorgaan. Die willen de mensen nog wel in huis nemen. Dat dreigt overigens één keer fout te gaan wanneer een Joodse onderduiker tijdens het bidden van de rozenkrans gaat zitten roken. Het katholieke gastgezin is ontzet en klaagt bij Paula. Die weet het recht te praten, maar ze weet zeker, dit mag niet meer gebeuren. Gelukkig zijn er mensen die het netwerk ondersteunen. Zo vangt een Veghelse dameskapper in zijn salon op hoe twee boerinnen over hun onderduiker zitten te praten en brengt pater Theo op de hoogte. Die weet dan weer vliegensvlug een nieuw adres te vinden. Een goede vriend is politieagent Guns. Hij is bijna altijd op de hoogte van naderende Duitse controles en waarschuwt Theo dan direct. Wanneer een onderduiker verplaatst moet worden, biedt het uitgebreide netwerk van Arnold en Paula uitkomst. Zo fietsen ze met een onderduiker naar Horst in Limburg om hem veilig onder te brengen. Ook krijgt het netwerk hulp van winkelier Antoon Franssen of de zusjes Maussen uit de Molenstraat. Zij weten hen lange tijd van voedselbonnen te voorzien die nodig zijn om de onderduikers te onderhouden. Ook de slagersfamilie Van Berkel, buren van de Van den Hoogenhoffs, levert vlees aan de familie. Veel te veel voor twee mensen, maar Paula vertelt overal dat haar man Arnold altijd zo’n honger heeft. Hoe weet het onderduikersnetwerk haar werkzaamheden zo onopvallend mogelijk te houden? Daarover volgende keer meer.
















