
Duizenden onderbroeken bezorgen Veghelse onderzoeker Ig Nobelprijs
Algemeen 255 keer gelezenVEGHEL | De Veghelse bodemonderzoeker Marcel van der Heijden (55) heeft samen met drie collega’s een Ig Nobelprijs gekregen voor het begraven van duizenden onderbroeken. De Ig Nobelprijs is een jaarlijkse, satirische prijs voor wetenschappelijk onderzoek dat je eerst laat lachen en dan doet nadenken.
Van der Heijden is geboren en getogen in Veghel. Hij ging naar de Lambertusschool en behaalde daarna zijn havodiploma aan het Franciscus College. Op zijn zestiende verhuisde hij naar Mariaheide, waar hij drie jaar woonde voordat hij Biologie ging studeren in Wageningen. Inmiddels woont de bodemonderzoeker alweer bijna twintig jaar in Zwitserland waar hij als hoogleraar aan de Universiteit van Zurich werkt. Dit jaar ontving hij de Ig Nobelprijs voor een experiment waarbij hij op verschillende plekken onderbroeken liet begraven.
Hoeveel zijn er verdwenen?
In totaal gingen er 2.200 onderbroeken de grond in. Van der Heijden kreeg er 1.752 terug. “We hebben katoenen onderbroeken gebruikt. Die worden afgebroken door bacteriën, schimmels en bodemdiertjes.”

De geboren Veghelaar koos voor onderbroeken omdat ze een relatief groot oppervlak hebben. “Daarnaast heeft een onderbroek een elastische bovenkant, waardoor hij makkelijker in één stuk is terug te vinden”, vertelt de 55-jarige hoogleraar. Maar er zat ook een humoristische gedachte achter: zo hoopten de onderzoekers zoveel mogelijk deelnemers te enthousiasmeren. “Noem het onderbroekenlol”, lacht Van der Heijden.
De vrijwilligers begroeven het katoenen ondergoed volgens een vaste procedure. Na twee maanden groeven ze de onderbroeken weer op, maakten er foto’s van en stuurden een bodemmonster naar het laboratorium van Van der Heijden. Naast de ruim 2.000 onderbroeken gingen ook 12.000 theezakjes de grond in.
Teveel mest
Van der Heijden doet al jaren onderzoek naar het bodemleven en bodemorganismen, zoals bacteriën, schimmels en regenwormen. Met dit onderzoek wilde hij op een eenvoudige manier meten hoe actief het bodemleven is. De resultaten verschilden enorm. Van der Heijden legt uit: “Hoe snel een onderbroek vergaat, hangt sterk af van het type bodemgebruik. Het afbraakproces gaat veel sneller in tuinen dan bijvoorbeeld in een grasveld of op een andere plek waar weinig in de bodem gebeurt.”

De bodemonderzoeker zag ook dat sommige moestuinen veel te veel worden bemest. “Extra mest zorgt er lang niet altijd voor dat planten sneller groeien”, zegt hij. “Op sommige plekken was de mestconcentratie zo hoog dat planten maar een klein deel konden opnemen en dan verdwijnt het in het grondwater of wordt weggespoeld. Daar heeft niemand wat aan.”
Onderbroekentest
Achter de humoristische onderbroekentest zit een serieus verhaal. Volgens Van der Heijden zit een gezonde bodem vol leven. Hoe actief dat bodemleven is, hangt af van de manier waarop de grond wordt gebruikt en beheerd.

De Veghelse onderzoeker spreekt van een geslaagd experiment. “We wilden het brede publiek op een grappige manier interesseren voor de bodem en laten zien dat de bodem leeft. De meeste mensen denken er nooit over na, maar 95 procent van ons voedsel komt uit de grond. Daarnaast breekt de bodem chemicaliën en giftige stoffen af.”
Media-aandacht
Met trots kijkt Van der Heijden terug op de Ig Nobelprijs die hij dit jaar ontving. “Het is een grote eer. Ieder jaar zijn er zo’n tienduizend inzendingen voor deze prijs. Je wint dus niet zomaar.”

De prijs zorgde bovendien voor de nodige media-aandacht voor het bodemonderzoek. “Ons onderzoek kreeg in meer dan 50 landen media-aandacht en we stonden op de voorpagina van verschillende kranten. Prachtig”, besluit de onderzoeker.




















