
Het kaboutertje van Paula Pottgiesser
AlgemeenStiekem Goed Doen? Wat betekent het om in het geheim dingen te doen waarvan je je kunt afvragen of het de juiste keuze is? Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevonden verschillende inwoners van Meierijstad zich in een situatie waarin zij zich deze vraag stelden. Zo ook Paula Pottgiesser uit Veghel, die als geboren Duitse met argusogen bekeken werd, maar -naar later bleek- de spil vormde in een lokaal onderduikersnetwerk dat tientallen Joodse Nederlanders het leven redde. Als herinnering liet zij ons een bijzonder kaboutertje na, dat in Veghel met de viering van 80 jaar vrijheid centraal staat. In zeven afleveringen vertelt Stadskrant het verhaal achter het kaboutertje.
Geheime activiteiten in de boekwinkel
Maar weinig Veghelaren weten wat er zich afspeelt in Paula’s boekwinkel in de Molenstraat. Voor de buitenwereld houdt Paula de schijn op. Ze ontvangt Duitse soldaten in haar keuken, om Duits met ze te keuvelen, te schaken, kaarten en Bonenkaffee te drinken. Eén van hen, Peter, helpt het echtpaar Van den Hoogenhoff zelfs. Eén verdieping hoger, op zolder, staat ondertussen een drukpers om persoonsbewijzen te vervalsen en schuilen Joden die nog op andere plekken ondergebracht moeten worden. In de tuinschutting tussen de Van den Hoogenhoffs en slagerij Van Berkel zitten enkele schuttingdelen los en het onderste deel van de garagedeur van Van Berkel kun je er zo uitpakken. Het is een vluchtroute voor de onderduikers, voor het geval de Duitsers zouden binnenvallen. Hoewel alles in het geheim gebeurt, weten de buren dat er zo mee en dan mensen bij de Van den Hoogenhoffs verblijven. Zo ziet het buurmeisje Van Berkel hoe er ‘s avonds mensen bij Paula in de tuin zijn, kinderen en volwassenen. De volwassenen houden hun hand voor de mond van de kinderen zodat ze geen geluid maken. Ook ziet de overbuurvrouw, echtgenote van een NSB-er, hoe het dakraampje van de boekwinkel op klaarlichte dag wordt opengezet, terwijl Paula en Arnold beneden in de winkel zijn. Niemand praat echter. Aan deze zenuwslopende toestand, komt met de bevrijding van Veghel op 17 september 1944 een einde. Het schijnbaar innige contact met de bezetters levert Paula tijdens en na de oorlog scheve blikken op van dorpsgenoten, waarvan enkelen haar aan de schandpaal willen nagelen. Maar weinig van hen weten van de ondergrondse activiteiten van de Van den Hoogenhoffs en sommigen zijn van mening dat zij zich na de bevrijding onterecht ‘naar voren werpen’ als verzetsmensen. Pas als de getuigenissen van onderduikers en gastgezinnen mondjesmaat loskomen, wordt het voor de buitenwereld duidelijk wat zich heeft afgespeeld de boekenwinkel in de Molenstraat: twintig Joodse kinderen, waaronder Hanneke Gelderblom-Lankhout en Irma Haas en vijftien volwassenen overleven de oorlog door de hulp van het ondergrondse netwerk van Paula en Arnold.















