Barend Andriesse is de laatste nog levende Joodse inwoner van Veghel die de bezetting meemaakte.
Barend Andriesse is de laatste nog levende Joodse inwoner van Veghel die de bezetting meemaakte.

Barend Andriesse is boos op de gemeente: ‘Het is een schande dat er geen herdenkingsmonument is voor de Joodse oorlogsslachtoffers’

Algemeen 3.340 keer gelezen

VEGHEL | Barend Andriesse is de laatste nog levende Veghelse Jood die de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. De 85-jarige Andriesse windt zich al jaren op over het feit dat eerst de gemeente Veghel en nu de gemeente Meierijstad geen herdenkingsmonument wil plaatsen voor de zeventien Joodse oorlogsslachtoffers. “In de Tweede Wereldoorlog werden de Joden gediscrimineerd en in Meierijstad heden ten dage nog steeds. Het is een schande dat er in Veghel geen herdenkingsmonument is voor de Joodse oorlogsslachtoffers”, vindt Andriesse.

Inmiddels woont Andriesse al jaren in Voorburg. Toch is hij nog geregeld in Veghel te vinden, zoals tijdens het leggen van de Struikelstenen. “Ik ben er geen groot fan van, maar het wordt door andere mensen op prijs gesteld. Dus prima zo”, zegt Andriesse. In Meierijstad liggen er achttien Struikelstenen, zeventien in Veghel en eentje in Erp. Daarnaast zijn er verspreid over de hele gemeente zo’n 22 oorlogsmonumenten. Opvallend genoeg is er daarvan geen eentje speciaal opgericht voor de Joodse slachtoffers uit Veghel. Iets waar Andriesse zich al jaren druk over maakt. Hij legt uit: “De zeventien Joodse mensen zijn in Veghel de grootste groep oorlogsslachtoffers. Geen klein aantal. Zij verdienen een apart monument, gezien de doelgerichte, koelbloedige moord op hen in de nazivernietigingskampen. Ze zijn vermoord, enkel en alleen, omdat ze Joods waren.”

Vermoord
Tijdens de struiksteenlegging in de NCB-Laan voor het huis van zijn grootouders en oudoom sprak Andriesse kort met burgemeester Kees van Rooij en een medewerker Kabinetszaken. Andriesse hield daar een lange speech. “De burgemeester was daar onofficieel bij aanwezig. Hij sprak me aan met de vraag of hij mijn speech mocht hebben. Ik heb de documenten meteen overhandigd.” In die toespraak op 3 april 2022 sprak Andriesse onder andere over de zeventien Joodse Veghelaren die de oorlog niet hebben overleefd. Andriesse: “Ik vind het krankzinnig dat Meierijstad 22 oorlogsgedenktekens heeft, maar geen eentje voor deze zeventien Joodse Veghelaren. Zij mogen dan wel niet gesneuveld zijn tijdens het verdedigen van ons land, maar ze zijn wel gediscrimineerd, gedeporteerd en in koelen bloede op industriële wijze vermoord. Ze waren weerloos.” Andriesse wil niet dat deze Joden worden gezien als ‘gewone’ oorlogsslachtoffers. “Er is namelijk één groot verschil. Deze mensen zijn vermoord omdat ze Joods waren. En daarom blijf ik tot mijn dood strijden voor een gedenksteen in Veghel, ondanks de starre houding van burgemeester Van Rooij”, zegt hij resoluut.

Brief
Andriesse had de stille hoop dat de burgemeester van Meierijstad na de ontmoeting in april van 2022 actie zou ondernemen, maar niets bleek minder waar. Daarom schreef de 85-jarige inwoner uit Voorburg op 1 februari 2023 een open brief aan burgemeester Van Rooij. Andriesse leest voor: ‘Mijn vraag aan u (burgemeester Kees van Rooij – red.) is: waarom is de gemeente niet bereid om zo’n monument zelf op te richten gezien het feit dat de gemeente, al dan niet onder dwang, heeft meegewerkt aan de deportatie van deze zeventien Joodse medeburgers? Wat zijn de redenen hiervoor?’

‘Een regelrechte schande’
Andriesse heeft na het schrijven van de brief één keer een telefonisch onderhoud gehad met burgemeester Van Rooij en een medewerker Kabinetszaken. Het was, in de ogen van Andriesse, geen prettig gesprek. “Ik kan er nu weer boos over worden. Er werd mij verteld dat een herdenkingsmonument toch echt moet voortkomen uit een burgerinitiatief. Dat zou zogenaamd ‘meer draagvlak’ hebben en volgens het tweetal doet de gemeente al genoeg op en rond 4 mei. Hoe kun je zoiets zeggen? Het is een regelrechte schande en wrijft alleen maar meer zout in de wonden. Met veel wollige ambtelijke taal werd ik afgeserveerd.”


Familie Andriesse, kort na de bevrijding. Van links naar rechts: Barend, Bets, Mau, Roos.

Burgemeester Kees van Rooij laat weten dat de gemeente Meierijstad inderdaad van mening is dat het initiatief voor de oprichting van monumenten vanuit haar inwoners dient te komen, zodat hier draagvlak voor is onder de inwoners.

Morele plicht
Van de 22 oorlogsmonumenten die verspreid over Meierijstad zijn geplaatst zijn er volgens de gemeente vijf voortgekomen uit een burgerinitiatief: Indië Monument, nu Veteranenmonument genoemd. Gedenksteen Kapitein Vlieger Michael Donkervoort. Stil Verdriet ter nagedachtenis aan omgekomen kinderen tijdens het spelen met munitie. Lancaster Monument Boerdonk en het Actueel Monument Erp, waarvoor recent de Heemkundekring Erthepe het initiatief heeft genomen. Andriesse reageert: “Totaal onvergelijkbaar met wat er met de Joden is gebeurd. Het is appels met peren vergelijken. Ik vind het een belachelijk verzoek. Het is denigrerend naar de Joodse gemeenschap toe om met de pet rond te moeten gaan voor een monument. De gemeente heeft namelijk een grote rol gespeeld in de deportatie van deze Joodse slachtoffers en dus heeft de gemeente de morele plicht een gedenksteen voor de Joodse slachtoffers op te richten. Ze begrijpen er helemaal niks van op het gemeentehuis”, klinkt het fel.

‘Gevoelige kwestie’
Goof van Nunen is samen met een werkgroep bezig geweest met een (burger)initiatief om te komen tot een algemeen monument van herdenking voor de in Veghel ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog overleden (burger-)slachtoffers. ‘Bijzonder is dat zowel in de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode als in Schijndel wel gedenkstenen zijn geplaatst, die herinneren aan de daar dodelijk gevallen slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog. Een dergelijke gedenksteen kent Veghel niet! Wel zijn er aan de Kolonel Johnsonstraat in Veghel diverse monumenten van herdenking geplaatst. Zij doen ons herinneren aan de bevrijding van Veghel en de daarbij gevallen soldaten, de soldaten die gevallen zijn in de strijd om Nederlands-Indië en een piloot, die dodelijk verongelukt is in de strijd in Afghanistan’, schrijft de werkgroep in een brief aan de gemeente.
Ondanks naar eigen zeggen ‘stevige inzet van diverse mensen in Veghel’ concludeerde de werkgroep dat alles overwegend ‘er onvoldoende algeheel draagvlak is voor een algemeen monument waarbij alle slachtoffers die gevallen zijn in Veghel tijdens de Tweede Wereldoorlog gezamenlijk en gelijkwaardig worden herdacht’.
De werkgroep wilde niet ingaan op vragen van de Stadskrant Veghel (de brief van de werkgroep aan de gemeente is hieronder terug te lezen). Van Nunen spreekt van een ‘gevoelige kwestie’ en verwijst verder naar de brief.


De namen van de Veghelse Joden gedeeld met de Duitse bezetter. De brieven hebben als aanhef: ‘Het is ons een eer’.... Andriesse: “De gemeente Veghel heeft destijds netjes meegewerkt aan alle verzoeken van de foute autoriteiten. In principe zijn dit doodvonnissen.”

Horecazaak
De reactie van burgemeester Kees van Rooij (zie hieronder) op vragen van de Stadskrant Veghel zegt Andriesse vrij weinig. “Ze hebben het over een ‘gedenkteken’ op de zijmuur van de voormalige Joodse Synagoge. Dat is geen herdenkingsteken. Het is een spreuk die niemand begrijpt. Ik was bij de onthulling aanwezig. Het is aannemer Van de Ven geweest die het heeft opgeknapt en het leeuwendeel voor haar rekening heeft genomen. Bovendien is het een plek die de laatste jaren wordt gebruikt als horecazaak en nu leegstaat”, briest Andriesse. “Het is een gotspe. Die steen is geplaatst in de muur, ingemetseld bij de openingsteen van de synagoge, achter een poort. Het is amper zichtbaar vanaf de straat, geen publiek domein en zonder de namen van de zeventien Veghelse Joden. Namen plus de leeftijd zijn belangrijk voor de herinnering.” 

Farce
Andriesse vindt het opvallend dat Van Rooij niet eerder tegen hem is begonnen over het gedenkteken bij de voormalige synagoge. “Waarschijnlijk durfde ze dat niet, omdat het een farce is. Het is namelijk een algemene tekst die betrekking heeft op de Holocaust. Dit heeft niets te maken met een gedenkmonument voor de Joodse Veghelaren”, besluit de Andriesse, de laatste nog levende Joodse inwoner van Veghel die de bezetting meemaakte.


Schriftelijk reactie
burgemeester Kees van Rooij:

Anders dan verondersteld kent Veghel wel degelijk een gedenkteken voor de Veghelse slachtoffers van de Holocaust. Dit gedenkteken is in januari 2003 onthuld en bevindt zich op de zijmuur van de voormalige Joodse Synagoge aan de Deken van Miertstraat in Veghel. In het gedenkteken staat een tekst die betrekking heeft op de Holocaust.

In het begin van deze eeuw is het initiatief genomen om de voormalige Synagoge weer in oude luister te herstellen, een initiatief wat door de toenmalige gemeente Veghel is omarmd en mede is gesubsidieerd. Het initiatief om na het gereedkomen van deze restauratie een gedenksteen te plaatsen is afkomstig van de toenmalige Joodse gemeenschap in Veghel waarbij de gemeente de kosten van deze steen voor haar rekening heeft genomen.
In zijn toespraak bij de onthulling van de gedenksteen noemt de heer Wolf, toenmalig voorzitter van de Joodse gemeenschap, het ‘een blijvende herinnering aan een eens zo bloeiende joodse gemeenschap’.

De gerestaureerde synagoge (de synagoge is niet volledig gerestaureerd, alleen de buitenkant van het gebouw - red.) met haar gedenkstenen is in een betekenisvolle plek die Veghel herinnert aan haar eens zo bloeiende Joodse gemeenschap maar ook aan de verschrikkelijke geschiedenis van de holocaust.


Brief van de werkgroep aan de gemeente:

Veghel, 10 januari 2024
Betreft: vastlegging besluit zoals vastgesteld in oktober 2023 door de werkgroep ‘Gedenksteen’.

Met het oog op het herdenkingsjaar “80 jaar bevrijding van Veghel” is door enkele zich zeer betrokken voelende burgers het idee opgepakt om vanuit een burgerinitiatief te onderzoeken of dat er in Veghel draagvlak bestaat voor een (algemeen) monument van herdenking voor de in Veghel ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog overleden (burger-)slachtoffers.

Bijzonder is dat zowel in de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode als in Schijndel wel gedenkstenen zijn geplaatst, die herinneren aan de daar dodelijk gevallen slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog. Een dergelijke gedenksteen kent Veghel niet!
Wel zijn er aan de Kolonel Johnsonstraat in Veghel diverse monumenten van herdenking geplaatst. Zij doen ons herinneren aan de bevrijding van Veghel ende daarbij gevallen soldaten, de soldaten die gevallen zijn in de strijd om Nederlands-Indië en een piloot, die dodelijk verongelukt is in de strijd in Afghanistan.

In een gesprek met de gemeente Meierijstad gaf de gemeente bij monde van betrokken ambtenaren aan zeer wel open te staan voor plaatsing van een monument, dat zowel, in het algemeen de in de oorlog omgekomen (burger-)slachtoffers als in het bijzonder de in de oorlog gedeporteerde en vermoorde (Joodse) medeburgers zou herdenken. Aangegeven werd dat hiervoor wel draagvlak aanwezig moet zijn binnen de gemeenschap en ook de bereidheid om een financiële bijdrage te leveren.

Tijdens diverse bijeenkomsten, onder meer met Brabants Erfgoed, is van gedachten gewisseld over hoe het initiatief voor het plaatsen van een algemeen monument in Veghel zou vallen en hoe aan de voorwaarden van de gemeente Meierijstad invulling zou kunnen worden gegeven.
De initiatiefgroep heeft haar voorkeur uitgesproken voor plaatsing, als onderdeel van de reeks gedenkstenen aan de Kolonel Johnsonstraat, op 17 september 2024 of 4 mei 2025.

Al snel na het bekend worden van het burgerinitiatief werd duidelijk, dat bij sommige van de leden van de voormalige Joodse gemeenschap terecht nog oud zeer gedragen wordt over de wijze waarop na de Tweede Wereldoorlog decentrale en gedecentraliseerde overheid is omgegaan met de herdenking van de slachtoffers van de Holocaust.
Overheersend zijn met name de gevoelens, dat wat de Joodse gemeenschap in de Tweede Wereldoorlog is overkomen veelal niet te vergelijken is met wat de niet-Joodse medemens is overkomen. Namelijk het systematisch op grond van geloofsovertuiging en uiterlijke kenmerken uitroeien van een mensenras. Zij zijn van mening dat de herdenking van wat de Joodse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog is overkomen niet veralgemeniseerd moet worden tot een algemene gedenksteen, maar tot een aparte gedenksteen of in een gedenksteen met daarop een bijzondere markering voor de herdenking van de Joodse slachtoffers. Deze gedachte is met alle respect voor de gevoelens van leed een principiële gebleken.

Conclusie en besluit
De werkgroep heeft de conclusie getrokken dat alles overwegend er onvoldoende algeheel draagvlak is voor een algemeen monument waarbij alle slachtoffers die gevallen zijn in Veghel tijdens de Tweede Wereldoorlog gezamenlijk en gelijkwaardig worden herdacht. Met het uitspreken van respect voor de opvatting van de betrokkene(n) uit de Joodse gemeenschap hebben de leden van de werkgroep besloten hun inspanningen te beëindigen. 

Namens de werkgroep,
Mr. G.J. M. van Nunen.


Afbeelding
Familie Andriesse, kort na de bevrijding. Van links naar rechts: Barend, Bets, Mau, Roos.
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant