
Omschakelen
Wat doe je als klanten vragen om iets wat nog nauwelijks bestaat? Voor Staad uit Veghel was dit geen hypothetische vraag. Toen de stikstofcrisis de bouwsector op scherp zette, besloot het bedrijf zelf elektrische grondverzetmachines, slimme batterijsystemen én een compleet energieconcept voor de bouwplaats te ontwikkelen. Eigenaren Pieter en Sijmen Staadegaard reageren niet alleen op veranderende regelgeving, maar lopen er bewust op vooruit.
De Staad-historie gaat ver terug. Hoe begon het?
Pieter: “Die ligt bij onze overgrootvader, die zich begin vorige eeuw richtte op landbouwmechanisatie. Hij begon na zijn remigratie uit Amerika met het verkopen en repareren van landbouwmachines. In de jaren daarna kwamen daar ook grondverzetmachines bij. Dat technische en ondernemende zit dus al generaties in de familie.”
Sijmen: “Wat vooral belangrijk is: er werd altijd vooruitgedacht. Nieuwe technieken omarmen, kansen zien waar anderen twijfelen - dat zit echt in ons DNA. Dat zie je nu nog steeds terug in hoe wij ondernemen.”
Wanneer namen jullie zelf het roer over?
Pieter: “In 2005. In die periode zaten we nog in een bredere opzet, met meerdere takken waaronder ook landbouw. In 2013 hebben we een duidelijke keuze gemaakt: we splitsten de grondverzetactiviteiten af en verhuisden die bedrijfstak vanuit Lieshout naar Veghel."
Sijmen: “Toen hebben we de bedrijfsnaam Staad geïntroduceerd. Het was spannend, want we begonnen feitelijk opnieuw. Maar het gaf ook richting. We konden volledig focussen op waar we goed in zijn. Dat heeft ons echt geholpen om sneller stappen te zetten.”
Wat was jullie strategie in die beginjaren?
Sijmen: “De klant stond altijd centraal. Niet alleen in de verkoop, maar juist in het gebruik. Hoe zorgen we dat een klant met onze machine kan blijven werken, ook als omstandigheden veranderen? Daar hebben we ons continu op gefocust.”
Pieter: “Daardoor groeiden we vrij snel. We groeiden zelfs uit tot de grootste Nederlandse dealer van Develon, een bekende Koreaanse fabrikant van grondverzetmachines. Klanten merkten dat wij verder gingen dan alleen leveren. We dachten mee, stonden klaar en losten problemen op.”
Rond 2019 kregen we te maken met PFAS, stikstof en daarna corona
Tot het moment dat het ineens tegenzat.
Pieter: “Ja, rond 2019 kregen we te maken met PFAS, stikstof en daarna corona. Projecten vielen stil, klanten werden terughoudend en in sommige gevallen wilden ze zelfs machines terugverkopen. Dat was een pittige periode.”
Sijmen: “Je zit dan in een soort donkere tunnel. Je weet dat je erdoorheen moet richting het licht, maar hoe precies, dat is de vraag. We hebben toen ook moeilijke keuzes moeten maken, zoals het afscheid nemen van mensen.”
Vanaf dat moment gingen jullie vernieuwen?
Pieter: “Ja. We zagen dat de markt in Nederland structureel aan het veranderen was. Emissieloos werken werd steeds vaker een eis. Maar de grote fabrikanten van grondverzetmachines waren daar nog helemaal niet mee bezig. Toen hebben we gezegd: we gaan niet afwachten, we gaan zelf ontwikkelen.”
Sijmen: “Onze gedachte was: als klanten straks alleen nog emissieloos mogen werken, dan moeten wij zorgen dat zij dat ook kunnen.”
Hoe hebben jullie het vervolgens aangepakt?
Pieter: “We zijn gestart met het ombouwen van bestaande grondverzetmachines. Daarbij vervingen we de dieselmotor door een elektrische aandrijving en een door ons zelf ontwikkeld batterijsysteem: de Powerbox. Inmiddels hebben we in de afgelopen jaren zo'n 285 omgebouwde grondverzetmachines geleverd aan onze klanten. Die werken prima, maar zijn in de basis niet ontworpen voor elektrisch gebruik. Je loopt tegen grenzen aan. Daarom zijn we een stap verder gegaan en hebben we gekeken: hoe ontwerp je een machine die vanaf de basis elektrisch is? Dan ga je kijken naar efficiëntie, energiegebruik en het terugwinnen van energie.”
Wat maakte dat traject zo uitdagend?
Pieter: “Je moet alles opnieuw doordenken. Van aandrijving tot software, van koeling tot veiligheid. Ook heb je te maken met regelgeving die nog in ontwikkeling is. Maar het is gelukt: vorig jaar brachten we onze eerste volledig zelf ontwikkelde elektrische mobiele graafmachine onder eigen merknaam op de markt: de STAAD 17W. Nummer 2, de STAAD 23LCR, is eind maart gelanceerd."
Sijmen: “We ontdekten dat de machine zelf maar een deel van het verhaal is. De grootste uitdaging zit in de energie. Je hebt weinig aan een elektrische grondverzetmachine als je hem nergens kunt opladen. Zeker op bouwplaatsen is dat een probleem. Toen zeiden we: we moeten het groter aanpakken. Niet alleen de grondverzetmachine, maar het hele systeem.”
En zo ontstond jullie energieconcept?
Pieter: “Ja. We ontwikkelden batterijpakketten van minimaal 300 kWh, die je uit de machine kunt halen. Daardoor kan de machine op zijn plek blijven staan én blijven draaien, bijvoorbeeld in de binnenstad van Amsterdam. Deze Powerbox-batterijen laden we op bij laadpleinen in de buurt."
Sijmen: “Daaruit is ‘Energy as a Service’ ontstaan. Wij leveren de energie op de bouwplaats. Dus niet alleen een machine, maar een totaaloplossing."
Pieter: “Daarmee hebben we een andere rol dan een traditionele leverancier. Maar het is wel nodig. Als je het probleem van de klant echt wilt oplossen, moet je verder kijken dan alleen je product.”
Wat maakt STAAD-grondverzetmachines uniek?
Pieter: “Ze zijn efficiënter en volledig ontwikkeld voor elektrisch gebruik. We hebben het energieverbruik flink omlaag gebracht wat ervoor zorgt dat grondverzetmachines een volledige werkdag kunnen draaien op één batterijpakket.”
Sijmen: “Daarnaast kijken we ook naar comfort en veiligheid. De machinist moet prettig en veilig zijn werk kunnen doen.”
De productie vindt niet plaats in Veghel, maar in het Friese Harlingen. Waarom?
Pieter: “In Veghel zit ons hoofdkantoor en onze R&D-afdeling. Hier ontwikkelen we de machines, hier zit de kennis en hier gebeurt de innovatie. Voor de productie hebben we gekeken naar waar we kunnen opschalen. In Harlingen vonden we de benodigde ruimte, de mensen én de mogelijkheden.”
Sijmen: “Het is eigenlijk een mooie combinatie. In Veghel bedenken en ontwikkelen we alles, en in Harlingen bouwen we het vervolgens. Tegelijkertijd blijven we sterk verbonden met deze regio. Hier zit onze historie, hier zit ons netwerk en hier vinden we ook veel van onze mensen en toeleveranciers.”
Hoe reageert de markt op jullie aanpak?
Sijmen: “Heel positief. We zien veel interesse, ook vanuit andere landen en dan met name in Scandinavië. Ook daar staat verduurzaming hoog op de agenda. Op beurzen merken we dat fabrikanten en klanten echt nieuwsgierig zijn naar wat we doen.”
Pieter: “Ons voordeel is dat we snel kunnen schakelen. We zijn geen grote organisatie met lange besluitvorming. Als we iets zien dat beter kan, dan passen we het aan.”
Wat zijn jullie ambities richting de toekomst?
Pieter: "We willen in 2030 een volledige machinelijn hebben en doorgroeien naar ongeveer 800 machines per jaar. Dat geeft richting aan onze organisatie.”
Sijmen: "Maar uiteindelijk blijft de vraag leidend. Wij groeien mee met wat de markt nodig heeft.”
Pieter: "De techniek is er, maar je hebt goede mensen nodig om het te realiseren.”
Sijmen: "We zoeken continu technische mensen die willen meebouwen. Dat blijft een belangrijke factor. Wat dat betreft is Veghel, dichtbij Brainport Eindhoven, een ideale locatie."
Staad is flink gegroeid. Hoe behoud je het familiegevoel?
Sijmen: "Door dichtbij te blijven. Korte lijnen, betrokkenheid en samen werken aan iets.”
Pieter: "Dat is onze basis. We groeien, maar we willen wel die familiaire cultuur behouden. Dat maakt ons wie we zijn.”


