
Elke dag een beetje beter
Hij zegt het zelf zonder omhaal: het bakkersvak was geen jongensdroom. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon bij Alexander Bekkers (52). Hij bouwde het familiebedrijf Bakkerij Bekkers samen met zijn vrouw Karin uit van 3 winkels en 25 medewerkers naar 19 vestigingen en zo’n 180 medewerkers. En nog altijd staat hij met veel plezier zelf op de werkvloer. “Als iemand zegt ‘dit is lekker’…dáár doen we het voor.”
Opgegroeid in het familiebedrijf
“Mijn overgrootvader startte het bedrijf in 1928 in Nijnsel. Daarna nam mijn opa het over en later mijn vader. Ik ben zelf de 4e generatie die het voortzet. Als tiener had ik meer interesse in motoren en auto’s dan in het bakkersvak. Toen ik van school kwam, zei mijn vader: ga maar naar de bakkersschool, dan kun je bakker worden en zelf in een mooie auto rijden. In het begin doe je het omdat het moet, maar als je dingen gaat maken en mensen vinden het lekker, dan begint het te leven. Toen ik instapte, hadden we 2 winkels en 15 medewerkers. Dat was toen al een hele club. Ik vond het werk leuk, maar ik merkte ook: als je klein blijft, blijf je altijd alles zelf doen. Ook ’s nachts. En als je overdag beslissingen moet nemen en je bent moe, dan gaat het fout. Dus ik had al vrij snel het idee: we moeten groeien.”
Plotseling aan het roer
“Het overlijden van mijn vader, in september 2002, kwam heel onverwacht. Hij werd ziek en binnen een paar dagen was hij overleden. Dan zit je ineens in een situatie waarin je privé een enorme klap krijgt, maar zakelijk alles door moet. Je hebt geen tijd om stil te staan, want het bedrijf draait door. Ik moest diezelfde week weer aan het werk. Op kantoor hangt nog altijd een levensgrote foto van mijn vader. Dat is voor mij niet alleen een herinnering, maar ook een soort spiegel. Hij heeft het bedrijf opgebouwd en ik heb het verder uitgebouwd, samen met Karin. In het begin ga je dingen anders doen. Mijn vader was heel zuinig en bewaarde alles, ik ben meer van opruimen, structureren en vooruitkijken. Langzaam gaf ik mijn eigen draai aan het bedrijf.”
Van Nijnsel naar Veghel
“Een cruciaal moment in onze groei was de verhuizing van de bakkerij van Nijnsel naar Veghel, nu zeventien jaar geleden. Het pand in Nijnsel was te klein om verder te groeien. In Veghel centraliseerden we de productie. Dat gaf rust en overzicht. We konden efficiënter werken, beter plannen en de kwaliteit consistenter houden. Vanaf dat moment ontstond ruimte om serieus na te denken over uitbreiding. We groeiden verder, vaak via overnames. Eén extra winkel betekent meteen meerdere medewerkers. Inmiddels hebben we negentien winkels en ongeveer 180 medewerkers. Onze winkels liggen niet alleen in de regio Veghel, maar ook rond ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Toch is groei nooit een doel op zich. Kwaliteit blijft bij ons altijd leidend, zowel in producten als in service.”
Een 24-uursbedrijf runnen
“In een bakkerij stopt het werk nooit. Terwijl ’s nachts de ovens draaien en de productie op volle kracht loopt, start overdag het proces van verkoop, distributie en logistiek. Dat vraagt om flexibiliteit en continu schakelen. Mijn werkdag begint meestal rond vijf uur ’s ochtends, op zaterdag nog eerder. Ik vind het belangrijk om betrokken te blijven bij de werkvloer. Daarom rijd ik regelmatig mee met bezorgroutes en lever ik zelf producten af bij klanten. Zo houd ik feeling met het proces en stuur ik bij waar nodig. Bovendien versterkt dat persoonlijke contact de band met klanten. Vroeger waren extreem lange dagen normaal, nu kiezen wij bewust voor een andere aanpak. We hebben het werk zo ingericht dat medewerkers in gezonde, normale diensten kunnen werken. Dat is beter voor hun welzijn én voor het bedrijf, omdat het helpt om mensen langer te behouden en aantrekkelijk te blijven als werkgever.”
Uitdagingen: energie en kosten
“Energie was vroeger een relatief kleine kostenpost waar je nauwelijks bij stilstond. Dat veranderde drastisch tijdens de energiecrisis. Onze maandelijkse gaskosten stegen van enkele duizenden euro’s naar 25.000 en later zelfs 35.000 euro. Dat dwingt je om snel te handelen. We zijn overgestapt op propaan, hebben een tank laten plaatsen en de ovens laten aanpassen. Dat was een flinke investering, maar gaf ons meer controle over de kosten. Je ovens worden sneller warm en je bent minder afhankelijk van de grillen van de markt. Dat is ondernemen: niet stilzitten en klagen, maar oplossingen zoeken. Tegelijkertijd kijk je ook kritisch naar je processen. Waar kun je besparen? Hoe kun je slimmer produceren? Alles telt dan mee.”
Kwaliteit zit in het proces
“Het verschil tussen ons brood en dat van de supermarkt zit in grondstoffen en tijd. Wij werken met betere bloemsoorten en nemen meer tijd voor het proces. Dat betekent meer smaak en beter brood. Verder werken wij veel met desem: een levend proces dat je iedere dag moet onderhouden. Alles is strak georganiseerd: hoeveel water, hoe lang kneden, rusttijden. Dat zorgt voor constante kwaliteit. Want uiteindelijk moet een klant erop kunnen vertrouwen dat het elke dag goed is. Ik haal overal ideeën vandaan: social media, reizen en andere bedrijven. Als ik iets zie of proef dat me aanspreekt, dan wil ik het maken. Dat houdt het vak leuk en zo blijf je vernieuwen.”
Familiebedrijf met toekomst
"Wij zijn en blijven een familiebedrijf. Onze kinderen Lex en Anouk werken inmiddels ook in de zaak en hebben de ambitie om het bedrijf op termijn over te nemen. Dat is mooi om te zien. Tegelijkertijd kost zo'n proces tijd. Je moet ervaring opdoen en geleidelijk verantwoordelijkheid krijgen. Hun doel is om uiteindelijk een plek in de top 5 van de Bakkerswereld-quote te bereiken. Een ambitieus streven, maar voor ons blijft één ding centraal staan: kwaliteit en het familiegevoel. Groei is prima, zolang je maar dicht bij jezelf blijft en de grip op je bedrijf niet verliest. Waar het uiteindelijk om draait? Iets maken waar mensen blij van worden. Als iemand zegt ‘dit is lekker', dan weet je waar je het voor doet. En als je elke dag probeert om dat gevoel een beetje beter te maken, dan volgt succes vanzelf.”

