
Bouw mee aan
nieuwe vakmensen
Medewerkers vinden wordt voor veel ondernemers steeds lastiger. Tegelijkertijd staan er in de regio nog mensen langs de kant die graag willen werken. Volgens Maarten Gielen, algemeen directeur van IBN, liggen daar juist kansen. “Als je anders naar arbeid kijkt, zie je dat bedrijven én mensen elkaar vaak sneller kunnen versterken dan we denken.”
Soms vraagt de arbeidsmarkt om een andere blik
Veel ondernemers vertellen volgens Maarten hetzelfde verhaal. “Vacatures blijven openstaan. Bedrijven zoeken via de bekende kanalen, maar geschikte kandidaten zijn schaars.” Tegelijkertijd ziet hij bij IBN een andere realiteit. “Er zijn nog steeds mensen die gemotiveerd zijn om te werken en die via een ongebruikelijke route bij een bedrijf binnen kunnen komen.” Volgens hem ligt een kans voor ondernemers voor het oprapen. “De vraag is eigenlijk: durf je anders te kijken naar talent?
Niet naar wat iemand vandaag al kan, maar naar wat iemand kan leren. Soms zie je pas waar iemands talent ligt als iemand gewoon de kans krijgt om te beginnen.” Dat is volgens hem niet alleen een sociaal-maatschappelijke keuze. “Het is ook gewoon een praktische. Wie talent ontwikkelt op de werkvloer, bouwt eigenlijk zelf mee aan nieuwe vakmensen.”
Leren terwijl het werk doorgaat
Om die reden werkt IBN met het concept Partner in Inclusie. Bedrijven die Partner in Inclusie worden, stellen werkplekken beschikbaar waar mensen zich in maximaal twaalf maanden kunnen ontwikkelen. “Het leren gebeurt niet in een klaslokaal, maar gewoon op de werkvloer, in ons zogenoemde talentenprogramma”, legt Maarten uit. “Deelnemers draaien mee, werken aan persoonlijke ontwikkeling én leren een vak.”
Voor ondernemers betekent het dat kandidaten direct meewerken in het dagelijkse werkproces en leren volgens de manier waarop het bedrijf zelf werkt. Daardoor zien werkgevers al vroeg waar iemands talent ligt, hoe iemand zich ontwikkelt en of iemand past binnen het bedrijf. Tegelijkertijd bouwen kandidaten vaardigheden op die aansluiten bij het werk dat in de regio nodig is en werken zij toe naar een erkende mbo-praktijkverklaring.
“Als Partner in Inclusie krijgt een werkgever zo een realistisch beeld van iemands kwaliteiten”, zegt Maarten. “Ze zien hoe iemand werkt, samenwerkt met collega’s en zich ontwikkelt.” Na afloop van het talentenprogramma stromen deelnemers meestal door naar andere werkgevers in de regio – zogenoemde impactwerkgevers – waarmee vooraf afspraken zijn gemaakt.
Tegelijkertijd kunnen bedrijven er ook voor kiezen om iemand zelf in dienst te nemen. “Dat maakt het voor ondernemers aantrekkelijk”, aldus Maarten. “Je hebt iemand immers al zien groeien in je organisatie en weet wat iemand kan en hoe iemand in je team past.”
Sociaal ondernemen in de praktijk
Organisaties die op deze manier met het talentenprogramma werken, bieden ruimte voor het programma op hun werkvloer en werken daarbij samen met de inclusie-experts van IBN. Volgens Maarten is die samenwerking belangrijk. “Die begeleiding zorgt ervoor dat ondernemers niet zelf het wiel hoeven uit te vinden.”
Van het inrichten van werkleerlijnen tot de begeleiding van deelnemers: het traject wordt samen opgezet. “Wij denken mee over hoe het programma binnen een organisatie past en hoe mensen zich het beste kunnen ontwikkelen.”
Steeds meer ondernemers zijn bereid verder te kijken. “Veel ondernemers willen niet alleen kijken naar winst, maar ook naar hun rol in de samenleving. Profit en social impact kunnen heel goed samengaan.”
Wat er op de werkvloer gebeurt
Wat hem misschien nog wel het meest opvalt, is het effect binnen organisaties zelf. "Teams zien hoe mensen zich ontwikkelen en raken betrokken bij dat proces”, vertelt Maarten. "Dat zorgt vaak voor een andere dynamiek op de werkvloer.” Volgens hem leidt dat regelmatig tot meer samenwerking en trots binnen teams. Zijn boodschap aan ondernemers is daarom duidelijk:
"Als je medewerkers zoekt, blijf dan niet alleen kijken naar de bekende routes. Talent is er vaak al, je moet het alleen de kans geven om zichtbaar te worden.”


